Sneeuwwitje is een prachtig meisje met een huid zo wit als sneeuw, lippen zo rood als bloed en haar zo zwart als ebbenhout. Haar boze stiefmoeder, de koningin, is jaloers op haar schoonheid en wil de mooiste in het land zijn.

De koningin huurt een jager in om Sneeuwwitje naar het bos te brengen en haar daar te doden. De jager, die medelijden heeft met Sneeuwwitje, kan het niet over zijn hart verkrijgen om haar te doden. Hij laat haar ontsnappen en brengt de koningin de boodschap dat Sneeuwwitje dood is.

Sneeuwwitje dwaalt door het bos en vindt uiteindelijk een klein huisje dat toebehoort aan zeven dwergen. Ze wordt hartelijk ontvangen en mag bij hen blijven wonen. Ondertussen ontdekt de koningin via haar toverspiegel dat Sneeuwwitje nog leeft en de mooiste van allen is.

De koningin vermomt zich vervolgens op verschillende manieren en probeert Sneeuwwitje drie keer te doden. Eerst met een strakke veter, dan met een giftige kam en tenslotte met een vergiftigde appel. Bij de derde poging bezwijkt Sneeuwwitje aan de betovering van de appel en valt ze in een diepe slaap.

De dwergen, die van Sneeuwwitje houden, kunnen haar niet tot leven wekken en leggen haar in een glazen doodskist. Op een dag komt er een prins langs en wordt verliefd op Sneeuwwitje. Hij vraagt de dwergen om de kist en Sneeuwwitje mee te nemen naar zijn kasteel.

Terwijl de prins zijn bedienden de kist laat dragen, struikelen ze en schiet het stukje appel uit Sneeuwwitjes keel. Ze ontwaakt uit haar betovering en de prins en Sneeuwwitje trouwen en leven nog lang en gelukkig.

En zo eindigt het verhaal van Sneeuwwitje, waarbij ze ontsnapt aan de wraak van haar boze stiefmoeder, de koningin, en haar prins vindt en een nieuw leven begint.