Rapunzel is een prachtig meisje met lang, gouden haar dat gevangen wordt gehouden in een toren door een boze heks genaamd Gothel. Haar haar heeft magische krachten en Gothel gebruikt het om jong te blijven. Rapunzel droomt ervan om de toren te verlaten en de wereld buiten te verkennen.

Op een dag, terwijl Gothel afwezig is, klimt een knappe prins genaamd Flynn Rider langs de toren om te schuilen. Hij ontdekt Rapunzel en ze sluiten een deal: als Rapunzel hem helpt ontsnappen, zal hij haar naar de lichtgevende lantaarns brengen die elk jaar op haar verjaardag worden losgelaten.

Samen ontsnappen ze uit de toren en beginnen ze een avontuurlijke reis. Onderweg ontwikkelen Rapunzel en Flynn gevoelens voor elkaar. Rapunzel ontdekt ook dat ze een prinses is en dat haar ware identiteit bekend moet worden gemaakt.

Gothel komt erachter dat Rapunzel is ontsnapt en gaat achter hen aan. Ze manipuleert Rapunzel door haar te vertellen dat Flynn haar alleen maar gebruikt voor haar haar. Verward en bedroefd snijdt Rapunzel haar lange lokken af, waardoor Gothel haar magische kracht verliest.

Wanneer Gothel de confrontatie aangaat met Rapunzel en Flynn, redt Rapunzel Flynn door haar tranen over hem te laten vallen, waardoor zijn dodelijke wond geneest. Gothel wordt verslagen, maar Flynn wordt gevangengenomen door de garde.

Uiteindelijk ontdekt Rapunzel dat ze de verloren prinses is en keert ze terug naar haar ouders, waar ze liefdevol wordt ontvangen. Ze gebruikt haar magische krachten om Flynn te redden en ze leven nog lang en gelukkig.

En zo eindigt het verhaal van Rapunzel, waarbij ze haar dromen waarmaakt, haar ware identiteit ontdekt en ware liefde vindt. Het verhaal laat zien dat moed en zelfontdekking leiden tot vrijheid en geluk.