Belle is een intelligente en mooie jonge vrouw die in een rustig dorp woont. Op een dag raakt haar vader verdwaald in het bos en belandt hij in het kasteel van een betoverd beest. Het beest straft hem voor het stelen van een roos en eist dat Belle in zijn plaats naar het kasteel komt.

Belle offert zich op en gaat naar het kasteel, waar ze ontdekt dat het beest in werkelijkheid een vervloekte prins is. Hij is betoverd door een heks en kan alleen bevrijd worden als iemand van hem houdt ondanks zijn angstaanjagende uiterlijk.

Ondanks haar aanvankelijke angst leert Belle het beest kennen en ontdekt ze zijn zachtaardige kant. Ze vormt een vriendschap met de betoverde bedienden van het kasteel, die ook zijn veranderd in huishoudelijke voorwerpen. Ondertussen wordt Belle's vader gered en keert hij terug naar het dorp om hulp te zoeken.

Belle en het beest groeien steeds closer en beginnen gevoelens voor elkaar te ontwikkelen. Maar hun geluk wordt bedreigd wanneer de arrogante jager Gaston, die verliefd is op Belle, het kasteel aanvalt en het beest probeert te doden.

Uiteindelijk triomfeert Belle over Gaston en realiseert ze zich dat ze van het beest houdt. Net op tijd breekt de betovering en verandert het beest terug in de knappe prins. Het kasteel wordt hersteld en de bedienden worden ook bevrijd van hun betovering.

Belle en de prins vieren hun liefde en de hele gemeenschap omarmt hen. Ze leven nog lang en gelukkig en Belle ontdekt dat echte schoonheid van binnen zit.

En zo eindigt het verhaal van Belle en het Beest, waarbij liefde en acceptatie de vloek verbreken en ware schoonheid wordt ontdekt. Het verhaal benadrukt het belang van innerlijke schoonheid en het overwinnen van vooroordelen.