Aladdin is een jonge straatrat die in de stad Agrabah woont. Op een dag ontmoet hij de prinses Jasmine, die vermomd is om het gewone leven te ervaren. Ze voelt zich aangetrokken tot Aladdin vanwege zijn vrijgeestige karakter.

Ondertussen is Jafar, de boze grootvizier van Agrabah, op zoek naar een mysterieuze lamp die verborgen is in de Grot der Wonderen. Hij ontdekt dat alleen een 'diamant in de ruwe' de grot kan betreden en de lamp kan vinden. Jafar denkt dat Aladdin de sleutel tot de grot is en dwingt hem om voor hem de lamp te halen.

In de grot vindt Aladdin de lamp en wrijft erover, waardoor een geest genaamd Genie verschijnt. De geest belooft Aladdin drie wensen te vervullen. Aladdin wenst dat hij een prins wordt om de aandacht van Jasmine te trekken.

Als prins Ali Ababwa probeert Aladdin Jasmine te imponeren, maar ze wil hem alleen leren kennen als zichzelf. Ondertussen ontdekt Jafar de ware identiteit van Aladdin en steelt de lamp, waardoor hij de controle over Genie krijgt.

Met Jafar aan de macht probeert hij Jasmine te dwingen met hem te trouwen en gebruikt hij zijn wensen om macht te vergaren. Aladdin, met de hulp van zijn vrienden en de Genie, probeert Jafar te stoppen en de lamp terug te krijgen.

Uiteindelijk lukt het Aladdin om Jafar te slim af te zijn en de lamp terug te nemen. Hij gebruikt zijn laatste wens om Genie vrij te laten. Aladdin beseft dat hij zichzelf moet zijn en eerlijk moet zijn tegenover Jasmine.

Jasmine accepteert Aladdin zoals hij is, en samen verslaan ze Jafar. Aladdin onthult zijn ware identiteit aan Jasmine en de sultan, en ze besluiten dat liefde belangrijker is dan afkomst.

En zo eindigt het verhaal van Aladdin, waarbij Aladdin leert dat hij meer is dan zijn uiterlijk of afkomst. Het verhaal draait om moed, liefde en de kracht van eerlijkheid, terwijl Jafar de rol van de slechte schurk speelt die probeert de macht te grijpen.